De natuur kan vanuit schoonheid bekoren maar natuurgeweld kan ook angst inboezemen. Natuur heeft licht en duisternis, heeft stilte en donderend gebulder, biedt kale witte winterlandschappen en een kleurenspektakel in de herfst. Van kabbelende beek, tot fluitende vogel, van bloeiende bloem tot burlend hert, van huilende wolf of doodskreten van een prooi; natuur heeft het allemaal in zich. Natuur appelleert daarmee aan onze emoties. Er is vrijwel geen waarneming in de natuur die niet iets oproept in ons binnenste. De natuur leent zich dan ook bij uitstek voor het maken van poëzie. Er bestaan gedichten over vossen, over water, over bloemen, over landschappen. Eigenlijk is er niets in de natuur dat niet door mensen in gedichten is vastgelegd. Juist daarom bieden natuurgedichten een prachtig inkijkje in de rijkdom van de natuur en in de wisselwerking ervan met onze menselijke geest. Er zullen diverse gedichten worden voorgedragen maar deelnemers worden van harte uitgenodigd om ook hun eigen natuurgedichten te delen.